
Edinburgh-Spookstad

Onder het wegdek van het oude centrum van Edinburgh ligt een complete ondergrondse stad. Eeuwenlang was hij vergeten; sinds een paar jaar wordt hij langzaam maar zeker onderzocht en opengelegd. Een ding is alvast zeker: het spookt behoorlijk onder de Schotse hoofdstad.
Edinburgh was eeuwenlang een van de meest overbevolkte steden ter wereld. De grondprijzen waren er torenhoog. Net als de huizen. Om geld te besparen, verrezen er wooncomplexen van wel elf verdiepingen. Rond 1800 begon een nieuwe bouwwoede. Gebouwen werden bovenop oude gebouwd. Begane grond werd kelder. Om het stijgende straatoppervlak bij te benen, werd dwars door de stad een enorme brug gebouwd. Ook ondergronds bleef geen ruimte onbenut. Onder de boogconstructies van South Bridge verschenen werkplaatsen. Allerlei tuig vond hier, onder South Bridge, onderdak. Eerst kwamen de illegale whiskystokers. Die hadden het slim aangepakt. Water tapten ze af van bestaande leidingen. De rook van het vuur voor de distilleerketels werd afgeleid naar schoorstenen in normale huizen. Zo was er bovengronds niets te merken.
Lijkenpikkers wisten de verborgen ruimtes ook te vinden. Een gaaf lijk bracht goed geld op. De prominente Edinburgh Medical School had ze hard nodig voor onderzoek. Twee mannen, beiden met de naam William, zagen er brood in. Hun eerste lijk bracht een gemiddeld jaarsalaris op. Ze pikten vooral reizigers uit, mensen die in Edinburgh niet gemist werden. Die voerden ze dronken. Ze nodigden ze dan thuis uit voor nog een borrel. Eenmaal aangekomen drukten ze het slachtoffer tegen de grond en knepen ze mond en neus dicht. Het duurt op die manier wel een kwartuur voordat iemand echt dood is. Maar zo vermeden ze wonden of schrammen, en konden ze een mooi, gaaf lijk afleveren. Het lijk werd hier bewaard totdat ze het konden verkopen. Maar het duo werd onvoorzichtig. Uiteindelijk liepen ze tegen de lamp. In ruil voor vrijlating verraadde een van de mannen zijn compaan.

De ondergrondsen zijn te bezoeken met ervaren gidsen.
Een klein uittreksel uit zo’n bezoek:
Even verderop, nog lager en nog donkerder, leidt een gids ons in een kleine ruimte. 'Ik ben niet gauw bang', zegt hij. 'Echt niet. Maar ik was een keer alleen hier. Ik deed mijn licht uit. De stilte was echt compleet. Deed pijn aan mijn oren. Maar er was nog iets. Een heel onaangenaam gevoel. We hebben hier vaak helderzienden over de vloer. Ook die beschrijven altijd dat hier iets heel vervelends is gebeurd. Sommigen noemen dit de meest behekste plek van Groot-Brittannië.' Met zijn zaklamp schijnt hij naar het einde van het kamertje. Daar verschijnt een dichtgemetseld raampje. 'Wat daarachter ligt, weten we nog niet. We weten wel dat dit een leerlooierij was. Moet je je voorstellen: die mensen werkten in het licht van olielampjes. Die brandden op visolie, de goedkoopste soort. Dat stinkt en rookt afgrijselijk. Om de huiden te looien, gebruikten ze paardenzeik. Hun eigen uitwerpselen gooiden ze gewoon de loopgangen in. Het moet hier hels zijn geweest. Misschien is dat wat we soms voelen, het restant van hun ellende.’ Misschien is het gespook in de duistere gangen zó hevig, dat het tot boven het wegdek doordringt. En mensen beďnvloedt. Feit is dat in een café aan South Bridge een aantal jaar geleden een tovenaarsleerling werd geboren. Pal boven de gewelven schreef een bijstandsmoeder er aan haar eerste boek. Net als de latere delen stopte J.K. Rowling ook dat eerste deel vol met geheime gangen en kamers, spoken en geesten. Maar haar held, Harry Potter, wist daar goed raad mee.
Zo ziet u maar dat Edinburgh een stad van contrasten en verassingen is.

(Scot)landcruiser