The Highlands of Scotland
(deel 4)
Via Nairn naar Fort George

In 1886 werd Nairn beschreven als het Brighton van Schotland. Raar maar waar, de streek van Nairn wordt als één van de zonnigste van Schotland genomineerd. Dit stadje werd al vlug in de Victoriaanse tijd, dankzij een goede spoorverbinding, een sterk groeiende badplaats. Noch steeds kan men er genieten in de Victoriaanse wijk van huizen daterend uit dit tijdperk. Deze villa’s, zoals ze genoemd werden, zijn nu omgebouwd tot statige hotels met elk hun eigen charme en sommige met een prachtig zeezicht. Lang voor de Victoriaanse toeristen Nairn ontdekten was deze omgeving een sterk ontwikkeld landbouwgebied met een grote veestapel. Al van 1000AD is deze stad en streek in de boeken genoteerd als een bloeiende handelsplaats. James VI zei dat Nairn’s Highstreet zo groot was dat men aan de ene zijde een ander taal sprak (Gaelic) dan aan de andere (Engels). Het nieuwe gedeelte van Nairn met de winkelstraat is gebouwd op de plek waar vroeger Nairn Castle stond dat in 1585 kennis heeft gemaakt met de sloophamer. Aan de monding van de rivier Nairn was een van de eerste Noorse nederzettingen in de streek. In 1850 had Nairn nog 60 visserboten en leefden 400 vissers er met hun familie van de visvangst. Dit is nu lang voorbij en enkele vissersboten zijn te zien in Nairn’s zeilclub, die de haven heeft overgenomen. We volgen verder de A96 en zien aan onze rechterzijde de richtingwijzer naar Fort George.

Voor elke liefhebber van militaria is dit hét. Na de laatste slag op Britse bodem, nl. Culloden 1745, vonden de Engelsen het een noodzaak om permanent militair aanwezig te blijven in dit deel van Schotland. De man achter het ontwerp voor Fort George is William Skinner, hij was in die tijd de koninklijke militaire ingenieur voor het Noorden.
De werken startten in 1748 en ongeveer 1000 soldaten hielpen bij de bouw en de verdediging van het fort. In 1757 waren de voornaamste gebouwen klaar maar zoals bij vele grote bouwwerken raakte men achter op schema en pas in 1769 zou het volledige gebouw, zoals het nu nog steeds staat, klaar zijn.
De eerste schatting van £92.000 werd ruim overtroffen en het zou uiteindelijk £200.000 kosten, wat voor die tijd een bedrag was dat het Bruto Nationaal Product in Schotland ruim overtrof.
Fort George is gebouwd om Engeland en de Lowlands te beschermen tegen aanvallen van de barbaarse Highlanders. Maar onderdrukking, grootgrondbezitters en het afschaffen van de clans had reeds zo’n tol geëist bij de bevolking dat de spirit van de eens zo dappere krijgers gekraakt was en Fort George eerder een militaire eenheid werd dan een verdedigingsfort. De oppervlakte bedraagt zo’n 168.000 vierkante meter en met zijn bakkerij, brouwerij, kapel en provisiebarakken was het een van de best uitgeruste in Groot-Brittannië. Het meest merkwaardige aan Fort George is dat het nu nog steeds zo is zoals Skinner het gebouwd heeft en dit nog steeds de artillerie en infanteriebasis is van de Seaforth Highlanders.

Seaforth Highlanders crest
Via licht hellende grasbermen, een hangbrug en over een wijde greppel komt u het fort binnen. U zal voorbij de ingang onmiddellijk geconfronteerd worden met de enorme gebouwen die 1600 manschappen kunnen huisvesten en die nog steeds een zeer modern opgevatte infrastructuur hebben. De buitenste muren zijn verscheidene meters dik en ondergrondse bunkers zijn zo gebouwd dat het hele garnizoen er onderdak kan vinden tijdens artillerieaanvallen. Een deel van de gebouwen is omgebouwd tot musea zoals de buskruitopslagplaats nu ‘Grote Magazijn’ genoemd. Dit huisvest de Seafield wapencollectie. In het Majors huis kan u het Regimental Museum of the Queen’s Own Highlanders bezoeken. Dit is een fascinerende collectie en ik raad u aan om genoeg tijd te nemen om alles te bekijken. Men staat ervan versteld waar overal ter wereld dit Schotse regiment zijn strepen heeft verdiend. Als u in de buurt bent van Fort George ga er zeker heen want waar kan u de dag van vandaag een nog steeds operationele legereenheid bezoeken en er relatief vrij rond lopen? Samen met Edinburgh Castle een unicum, maar ja zo zijn de Schotten nu eenmaal.
Inverness

Inverness
Inverness, de hoofdstad van de Highlands, is gelegen aan het einde van The Great Glen, waar de rivier Ness in de Moray Firth uitmondt en is reeds tweeduizend jaar een nederzetting. De oorspronkelijke nederzetting werd Craig Phadrig genoemd en was in de 4de eeuw de verblijfplaats van de Pictische koningen. Rond 580 was Koning Brude aan de macht in Craig Phadrig als St. Columba voet aan wal zette om de Picten het christendom bij te brengen. De legende vertelt dat Brude de poorten niet wilde openen maar dat deze uit zichzelf open gingen en dat zo het volk zich bekeerde tot het christendom. Rond 700 werd het toenmalige fort en de nederzetting volledig vernield door brand. Ook het eerste kasteel gebouwd op dezelfde plaats door Malcolm III ging in 1070 in vlammen op. Hij was het die daarna een nieuwe nederzetting bouwde op de heuvel aan de rivier Ness en bij de overzet waar nu nog steeds Inverness gelegen is.
De stad breidde zich al snel uit en in 1250 werd de eerste brug over de rivier gebouwd. Gedurende de volgende eeuwen kwam er een stilstand in de ontwikkeling van Inverness en dit door oorlogen onder de clans. Vanaf 1600 kwam er terug een bloei en Oliver Cromwell bouwde een citadel om zijn greep in het noorden van Schotland te verstevigen. Maar bij het herstel van de monarchie werd die verlaten en de Engelse soldaten vestigden zich in Inverness samen met hun families. In 1727 werden de ruïnes van de citadel terug opgebouwd en kwam daar het eerste Fort George te liggen, een groot fort die 400 manschappen kon herbergen.

Inverness Castle
In het voorjaar van het memorabele jaar 1746 werd dit de lucht ingeblazen door een Fransman L’Epine genoemd, die de ladingen dynamiet aanbracht maar die gingen iets te vroeg af en hij bevond zich onder de vele dodelijke slachtoffers.
Na Culloden besloot men een nieuw Fort George te bouwen nabij Ardersier. Het kasteel dat zich nu bevindt op de heuvel boven Inverness werd gebouwd in 1830 om het gerecht en de administratieve diensten van stad onder te brengen.
Het museum en de daaraan verbonden kunstgalerij stellen een rijke erfenis aan archeologische vondsten tentoon alsook een grote zilveren collectie. In het kasteel kan u het ‘Garrison Encounter’ bezoeken wat het leven van de soldaat in de 18 eeuw voorstelt.
Inverness is de dag van vandaag een bruisende stad met een compacte stadskern die rond High Street gelegen is.

Inverness shopping centre
Het Eastgate en het nieuwe Westgate shoppingcentrum bieden onderdak aan vele boetieks, eetgelegenheden en andere. Zo vindt u hier een van de betere boekenwinkels in Inverness. Voor tweedehand boeken dient u op het einde van Church Street te zijn bij Leakey’s. Deze omgebouwde kerk huisvest een schat aan oude boeken en heeft gelukkig een cafetaria wat u toelaat er een paar uurtjes te slijten. In Castle Street kan u ook een bezoekje brengen aan Chisholm, de ons alom gekende kiltmaker, tot enkele jaren geleden steeds aanwezig op de Schotse beurs. In de Victoria Market, gelegen halfweg Church Street, kan u de enige echte whiskypralines kopen bij Lucas Story. Hij en zijn echtgenote zullen u ook graag enkele tips geven over de streek rond Inverness. En ook niet te missen is de Inverness Tattoo. Het park met zijn tropische tuin gelegen in Bught nabij de Ness rivier zal u verleiden even te pauzeren om, na een drukke koopjesdag, te genieten van een broodje of picknick.
Indien u informatie zoekt over Inverness en omgeving kan u best terecht bij het Tourist Information Center gelegen op het einde van High Street richting brug (trappen op).
Culloden, het einde van een droom.

Culloden memorial Culloden battle field
Op 16 april 1746 werd de laatste veldslag op Britse bodem uitgevochten. Deze duurde minder dan één uur maar had verschrikkelijke gevolgen. Zoals iedereen het tegenwoordig nog steeds aanneemt was het de strijd tussen Schotten en Engelsen. In feite was het meer tussen de Schotten aan Engelse kant en de Jacobieten. Ook was dit het einde van een bittere strijd om de Schotse troon die al sinds 1688 gestreden werd.
1688 was het jaar dat Koning James VII en II van England aan de dijk werd gezet ten voordele van Willem van Oranje en dit door de protestantse nobelen omdat ze vreesden dat James een katholieke dynastie wilde beginnen. Gedurende de daar op volgende jaren werd er een bittere machtsstrijd gevoerd om James VII terug op de troon te krijgen en in het bijzonder in 1689, 1708, 1715 en 1719, het jaar dat de Spanjaarden landen in Glen Shiel. In 1744 waren het de Fransen die probeerden Willem’s opvolger George II te vervangen door James II’s zoon beter gekend als ‘The Old Pretender’. Dit mislukte want een storm maakte het onmogelijk om voet aan wal te zetten en ook zij gaven hun plannen op. In 1745 was het de Old Pretender’s zoon nl. Bonnie Prince Charlie die het op zich nam om de Schotse troon in ere te herstellen.

Eriskay
In Eriskay zette hij voor het eerst voet aan wal op Schotse bodem, dan in Arisaig om daarna zijn standaard te hijsen in Glenfinnan.

Glenfinnan
Met een leger dat voornamelijk bestond uit Highlanders bijgestaan door enkele Ierse en Franse troepen ging hij op weg. Hij bereikte heel vlug Perth en daarna Edinburgh. Op 4 december 1745 bereikte hij Derby. Het werd duidelijke dat de beloofde steun van de ‘Engelse’ Jacobieten niet zo groot was als gehoopt en ook dat de Fransen hun invasie niet hadden afgestemd op die van Bonnie Prince Charlie. Zijn voorstel om ‘nu’ aan te vallen werd door de meerderheid niet aanvaard en een boze Bonnie Prince moest zich neerleggen bij de beslissing om terug te trekken naar Schotland. Zij wisten niet dat Londen in paniek was en dat het hof van George II aan het inpakken was om te vluchten en zo de weg vrij te maken voor de Schotse troonopvolger.
De wereld zou er een stuk anders uitgezien hebben als men in een zaaltje boven de pub in Derby geweten had wat zich in Londen voltrok. Zo zou bv. het 70-jarig conflict met de Fransen niet bestaan hebben, zouden de Engelsen geen torenhoge belastingen geïnd hebben om de oorlogen die zij overal uitvochten met de Fransen te financieren, zou Noord-Amerika geen onafhankelijkheidsstrijd hebben uitgevochten met de Engelsen en zou in feite de Franse revolutie ook vermeden zijn.
Tijdens hun terugtocht naar Schotland gaven ze de Engelsen de tijd om zich terug te organiseren en de achtervolging in te zetten. In februari 1746 waren ze terug in Schotland nl. in Inverness terwijl de Duke of Cumberland, beter gekend als de ‘slachter’, reeds zijn legerkampen had opgezet in Aberdeen en Dunkeld. Op 15 april vertrokken de Schotse troepen van hun basis in Inverness maar Culloden Moor, zo’n 7,5 km oostwaarts.
Vanaf nu stapelden de blunders zich op. Zij waren vertrokken zonder voedsel uit Inverness en verzamelden zich op een open veld zonder bomen en met moeras grond. Dat terrein was meer geschikt voor de tactische oorlogsmachine van de Engelsen. De hoge grond ten zuiden zou beter voor de Schotten geweest zijn. Op 15 april was het de 25e verjaardag van de Duke of Cumberland. Hij en zijn manschappen deden die dag in Nairn niets anders dan feesten terwijl de hongerige Schotten stonden te wachten om te strijd aan te binden.

Duke of Cumberland
Tijdens de nacht kwamen de Schotse commandanten op het idee om naar Nairn te trekken, 18 kilometer verderop, en daar het stomdronken Engelse leger te verrassen.
Bij dageraad waren de Schotten nog zo’n 3 kilometer van Nairn maar keerden terug.
Om 11 uur op 16 april 1746 stond het leger van Cumberland tegenover een verhongerd en uitgeput Schots leger. De 5.000 Jacobieten hadden geen schijn van kans tegen een 8.000 man sterk en goed gevoed leger. Ook de 800 Dragoon Guards te paard waren perfect uitgerust. Om het nog erger te maken waren velen van de Jacobieten op zoek gegaan naar eten terwijl anderen uit vermoeidheid lagen te slapen in grachten en gebouwen. De strategie uitleggen, voor zo ver er een was, zou het verhaal te lang maken, maar zoals reeds gezegd na een uur was het voorbij. 364 lieten aan Engelse kant het leven waaronder zich ook veel Schotten bevonden.
Bij de Jacobieten waren het er een 1.000-tal. De slachtoffers van Cumberland verhoogden dit aantal. 3.470 werden gevangen genomen waarvan 120 geëxecuteerd, 88 stierven in de gevangenis, 936 werden naar de kolonies getransporteerd en 22 werden verbannen.
Van nog eens 700 was het lot onbekend (vermoedelijk vermoord) en de rest, wel die mochten naar hun afgebrande huizen terug.
Culloden was het einde van een 60-jarige burgeroorlog en de brute represailles daarna maakten een einde aan het clansysteem. Diegenen die de kant van de overwinnaar hadden gekozen verrijkten zich met moord. Ook werd de weg geopend een paar jaar later naar de Highland Clearances*. Dit is de zwartste pagina in de Schotse geschiedenis.
De landeigenaren zagen hun kans schoon om hun land als grasland voor de schapen om te vormen en de kleine boeren liepen hen in de weg. Hoeveel het er waren die verplicht op boten naar de kolonies gezet werden is tot op heden niet gekend. Het zou ongeveer de helft van de toenmalige Highland bevolking geweest zijn.

Bonnie Prince Charlie Flora Macdonald
Wat was er gebeurd met onze Bonnie Prince Charlie? Wel na enkele omzwervingen en met hulp van trouw gebleven Highlanders en vooral Flora MacDonald kon hij terug keren naar Frankrijk. Hij droomde nog steeds van een onafhankelijk Schotland maar zou nooit meer voet aan wal zetten op Schotse bodem. Door zijn beslissing in Derby heeft hij een land nagelaten dat verscheurd was. Families werden over heel de wereld verspreid, de Schotten werden behandeld als uitschot en dit zelfs door hun eigen landheren. Het waren zij die leefden en zich verrijkten op de miserie van de bevolking in de Highlands.
Culloden Moor zelf is ook schandalig behandeld geweest in het verleden. In 1835 werd er zelfs een weg door de Moor aangelegd zo maar over de graven heen van de clans. Daarna werd er een boomkwekerij opgezet door de plaatselijke landheer. Om u maar aan te tonen wat voor respect men had: niets. Het is maar de laatste decennia, met de opkomst van het toerisme, dat men is gaan inzien dat het een heel speciale plek is. Het is daar waar in 1746 de wereld een ander gezicht kreeg. Een geluk dat de National Trust of Scotland dit nu in beheer heeft en al redelijk veel heeft gerestaureerd.
In Culloden gingen de dromen, de verwachtingen en de hoop van een volk verloren.
Nu nog strijden de Schotten op hun manier voor een onafhankelijk Schotland.
* Pachters en gehele dorpen werden door de landheren letterlijk verwijderd.
Geschreven door Martine Maryns
Revised: oktober 21, 2008