|
|
|
|
The Highlands of Scotland
(deel 6)
Dornoch – Brora.

Dornoch Brora
De volgende halte op onze rondreis van de Schotse kustlijn is Dornoch. De meest indrukwekkende gebouwen zijn de kathedraal en het huidige Dornoch Castle hotel. Dit was oorspronkelijk het bischoppelijk paleis. Bij avondzon kleuren deze gebouwen roosachtig gezien deze in een lokale steen zijn gebouwd. Ook de typische leien daken zijn eigen aan Dornoch. Ieder jaar is er ook een country show op de gronden van de Dornoch link, de plaatselijke golfclub. Deze staat genoteerd in de top twaalf der beste golfterreinen in de wereld.
Dornoch bestond reeds duizend jaar geleden en was zoals zoveel nederzettingen aan deze kust een haven. In 1570 werd tijdens een clanoorlog tussen de plaatselijke Sutherland’s en de Mackay’s het grootse deel van de stad en de kathedraal vernield. In 1628 werd Dornoch een “Royal Burgh”. Maar het meest bekend is Dornoch door zijn heksen verbrandingen. De laatste werd in 1722 aan de beurt. Haar naam was Janet Horne en aangezien deze dame uitsluitend Gaelic sprak i.p.v. het opgelegde Engels tijdens haar proces vond men dit het werk van de duivel. Ook de roddel dat ze haar dochter kon omtoveren in een paard om dan op haar rug rond de stad te rijden was iets teveel van het goede. Ze werd veroordeeld tot de brandstapel. Dit gebeuren is herdacht met een Heksensteen in een zijstraat ten zuiden van de Square. Meer recentelijk is Dornoch beroemd geworden door dé doopplechtigheid van de eeuw in januari 2001nl Madonna’s zoontje.

Skibo
Aangezien Skibo in de buurt ligt was dit voor haar de uitverkoren plek.
Wij vervolgen onze weg via de A9 en komen aan in Golspie. De geschiedenis van Golspie is volledig gelinkt aan de Graven van Sutherland. Het standbeeld dat men op de heuvel ziet is dit van de eerste graaf van Sutherland. Dit is opgetrokken in 1834. Begin de 19e eeuw was het graafschap het grootse privé bezit van Europa nl 1.5 miljoen acres en besloeg bijna volledig noord Schotland. De ontdekking door zijn Lordschip dat schapen het nieuwe goud waren. Dit heeft een van de meest brutale Highland clearances tot gevolg gehad. De kleine boeren werden met zo’n 15.000 uit hun boerderijtjes gezet en door de graaf aan de kust geplaatst. Door de hellingen was er geen mogelijkheid meer om landbouw te doen en gingen de meeste werken in de visvangst nl. haringvangst.
Velen onder hen werden ook op boten gezet naar Noord-Amerika waar zij dan op hun buurt de Indianen van Noord-Amerika verdreven? Van ironie gesproken. Door deze “opruiming” is het landschap in het grootste deel van het noorden sterk veranderend. In dit desolate gebied ziet u her en der nog ruïnes van oude nederzettingen.
Vandaag zijn de lokale gevoelens in Golspie nog steeds gemengd en lopen deze soms nog altijd hoog op. Sommige zouden maar wat graag het standbeeld van zijn sokkel halen, anderen vinden dat men het moet laten staan zodat de zwarte bladzijde in hun geschiedenis niet vergeten wordt. Ongeveer een mijl buiten Golspie kan u dan ook het kasteel van de Sutherland's bezoeken nl. Dunrobin Castle.

Dunrobin Castle
Met zijn 189 kamers het grootse kasteel ten noorden van Inverness. Dit is te bezoeken van mei tot oktober maar opgelet de koffie was er niet te drinken.
Verder langs de A9 komen we in Brora. Dit is het best gekend voor zijn kwaliteitsvis, whisky. De beste plaats om Brora te appreciëren is waar de Brora rivier in zee uitmondt. Als u zich aan de linkerkant bevindt kan u een lange strandwandeling maken langs de attractieve kustlijn. Als haven bestaat Brora al 500 jaar maar is nooit zo grootschalig geweest als haar buren. Nu nog heeft ze een kleine visvloot. Vroeger bezat deze omgeving een zoutmijn die zeer gegeerd was door haar buren. Samen met de koolmijn is die nu verdwenen. Niet te missen is natuurlijk Clynelich. De weg erheen is niet zo goed aangeduid maar u kan ze niet missen daar ze langs de A9 juist buiten Brora aan de linkerzijde is gelegen. De witte gebouwen springen in het oog. Deze bestaat reeds van 1819 maar in 1960 werd de nieuwe distillerij gebouwd. U kunt deze bezoeken en een wee dram van deze excellente whisky is meegenomen.
Helmsdale - Dunnet Head

Helmsdale Dunnet Head
Het traject van de A9 is een aaneenschakeling van kleine vissershavens die tijdens de haringvangsten een grote bloei kenden. Helmsdale’s kwam in de geschiedenis rond 1488. Het plaatselijke kasteel was in die periode de scène voor een laffe moord nl. deze op de 11e graaf van Sutherland maar diegene die hem vergiftigde, dronk verstrooid (!) uit dezelfde beker en onderging hetzelfde lot. De ruïne heeft tijdens de jaren '70 plaats moeten maken voor het aanleggen van de A9. Helmsdale bood in 1800 plaats aan 200 haringboten. Nu kun je er als toerist proberen goud te zoeken in Baile an Or dichtbij het Kildonan station. Ook Dunbeath, het volgende dorp, met zijn op de klippen gebouwd kasteel heeft dezelfde geschiedenis wat betreft visserij. Ik heb wel medelijden met de man of vrouw die de ramen moet kuisen van het kasteel (zie foto hieronder) want het is echt een “Cliffhanger” job!

Iets ten noorden van Dunbeath kan je het Laidhay Croft museum bezoeken dat een exacte kopie is van het leven tijdens de 19e eeuw. In Latheron vind je het Clan Gunn museum. Als je even de A9 wilt verlaten breng dan een bezoek aan Lybster. De prachtige haven en ongelooflijk brede hoofdstraat, iets wat in vervlogen tijden bijna ondenkbaar was, zijn een omweg waard. Om de haven te bereiken moet u door de dorpskern rijden en dan links afslaan via een smalle weg naar de kustlijn. In 1830 was dit de 3e grootste vissershaven op gebeid van haringvangst. Niet te geloven maar de schepen in die tijd hadden natuurlijk ook niet de grote van bv. een containerschip of dergelijke.

Na Lyster is onze eerste stop Wick wat ook het mini Aberdeen genoemd wordt. Reeds in 500 bestond Wick aangezien de Vikingen Wick (betekent baai) een interessante haven vonden. Na vele ups en downs werd het na de renovatie, uitgevoerd door de befaamde architect Thomas Telford, een bloeiende stad.
Ook de brug die het noorden en het zuiden, Pulteney town, verbond bracht een enorme ontwikkeling met zich mee. Een bevolking van meer dan 12.000 was normaal waardoor de 45 pubs, de Pulteney distillerij en de brouwerij gouden zaken deden. Nu telt Wick nog 8.000 bewoners. Het is nu de bevoorradingshaven voor de boorplatforms van North Sea Oil en de luchthaven is de verbinding naar het zuiden.

We zijn in John O’Groats. (foto links) Dit zal bij velen de reactie ontlokken van “is dit het”. Ja, dit is het! Een drukke kleine plaats dat gebukt gaat onder het toerisme, een fenomeen dat we niet gewoon zijn in de Highlands. Natuurlijk is iedereen er al geweest en hebben we het allemaal wel gezien maar wat wel aan te bevelen valt is Duncansby Head dat overschaduwd wordt door John O’Groats.
Op deze klippen is in 1924 een vuurtoren gebouwd die volledig geautomatiseerd werd in 1997. Via een smalle rijweg, single track, tot aan de vuurtoren kunt u dit prachtige stukje natuur bereiken. Er is een kleine parkeerruimte voorzien. De meeste onder ons zullen even rondkijken en genieten van het mooie uitzicht maar neem even de moeite om een wandeling te maken in zuidelijke richting achter de vuurtoren. U kunt tot Geo of Sclaites wandelen, een ruwe zee inham die ook de nestplaats is van vele honderden vogels. Iets verder ziet u de prachtige Thirle Door (foto rechtsboven) en de Stacks van Duncasny. Deze plek is een schoolvoorbeeld van de dramatische Schotse natuur. Het uitzicht verandert steeds naargelang de wandeling vordert en dit door de grillige Thirle Door.

Dunnet Head
Iedereen gaat ervan uit dat John O’Groats het meest noordelijke punt van Groot-Brittannië is. Niets is minder waar! Dunnet Head is het uiterste punt. De smalle weg naar Dunnet Head geeft een goede indruk van hoe desolaat deze streek wel is. Hoog boven de Pentland Firth kan u op een zonnige dag de volledige noordelijke kust zien. De wind en de zee zijn hier vaak zo sterk dat de ramen van de vuurtoren, die in 1832 gebouwd werd, regelmatig schade ondervinden door stenen die door wind en golven opgeworpen worden. Er zijn ook nog overblijfselen te zien van de observatiegebouwen die hier tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd om de Scapa Flow in de Orkney’s te beschermen. Aan de zuidelijke kant van Dunnet Head vinden we Castletown. Dit dorp bezit een zandstrand van om en bij de 4 km. Schelpen en ander moois zijn hier bij eb in overvloed te vinden. Dit dorp is enkel en alleen gebouwd in de 19e eeuw om de arbeiders van de leisteengroeve onderdak te bieden. Op het hoogtepunt van de leisteen werd deze verzonden over gans de wereld van Zuid-Afrika tot Argentinië. De 100 werknemers werden er vlug 500 en de productie bedroeg 35.000 ton/jaar. Door de opkomst van beton viel deze natuurlijke steen in ongenade en de industrie stierf uit. Dit kleine dorp kende tijdens WOII nog een bloei aangezien er enkele kilometers ten oosten een militaire luchthaven gebouwd werd. Nu is het een rustig typisch dorp met de nodige voorzieningen. Als u van natuur, vogels en strand houdt is dit een heel rustige plek om even te vertoeven.
Ideaal ook voor mensen met een moterhome.Volgende deel : Thurso - Tongue
Geschreven door Martine Maryns
Revised: oktober 28, 2008